24.2.8. Vector diversen

24.2.8.1. Virtuele vector bouwen

Maakt een virtuele laag die een set vectorlagen bevat. De virtuele laag van uitvoer zal niet worden geopend in het huidige project.

Dit algoritme is speciaal nuttig in het geval dat een ander algoritme meerdere lagen nodig heeft, maar slechts één vrt accepteert waarin de lagen worden gespecificeerd.

24.2.8.1.1. Parameters

Label

Naam

Type

Beschrijving

Invoer databronnen

INPUT

[vector: elke] [lijst]

Selecteer de vectorlagen die u wilt gebruiken om de virtuele vector te bouwen

“Verenigd” VRT maken

UNIONED

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Selecteren als u alle vectors wilt verenigen tot één enkel bestand vrt

Virtuele vector

OUTPUT

[hetzelfde als invoer]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoerlaag die alleen de duplicaten bevat. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand

  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

24.2.8.1.2. Uitvoer

Label

Naam

Type

Beschrijving

Virtuele vector

OUTPUT

[vector: elke]

De uitvoer virtuele vector, gemaakt uit de gekozen bronnen

24.2.8.1.3. Pythoncode

ID algoritme: gdal:buildvirtualvector

import processing
processing.run("algorithm_id", {parameter_dictionary})

Het ID voor het algoritme wordt weergegeven als u over het algoritme gaat met de muisaanwijzer in de Toolbox van Processing. Het woordenboek voor de parameters verschaft de NAME’s en waarden van de parameters. Bekijk Processing algoritmen gebruiken vanaf de console voor details over hoe algoritmen van Processing uit te voeren vanuit de console voor Python.

24.2.8.2. SQL uitvoeren

Voert een eenvoudige of complexe query met syntaxis van SQL uit op de bronlaag. Het resultaat van de query zal worden toegevoegd als een nieuwe laag.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL ogr2ogr utility.

24.2.8.2.1. Parameters

Label

Naam

Type

Beschrijving

Invoerlaag

INPUT

[vector: elke]

OGR ondersteunde invoer vectorlaag

SQL-expressie

SQL

[tekenreeks]

Definieert de query voor SQL, bijvoorbeeld SELECT * FROM my_table WHERE name is not null.

SQL-dialect

DIALECT

[enumeratie]

Standaard: 0

Te gebruiken SQL-dialect. Één van:

  • 0 — Geen

  • 1 — OGR SQL

  • 2 — SQLite

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’ (geen aanvullende opties)

Aanvullende opties voor maken GDAL

Resultaat SQL

OUTPUT

[vector: elke]

Specificatie van de uitvoerlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand

  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Voor Opslaan naar bestand moet de indeling voor de uitvoer worden gespecificeerd. Alle GDAL indelingen voor vector worden ondersteund. Voor Opslaan als tijdelijk bestand zal de standaard indeling voor uitvoer vectorlaag worden gebruikt.

24.2.8.2.2. Uitvoer

Label

Naam

Type

Beschrijving

Resultaat SQL

OUTPUT

[vector: elke]

Vectorlaag gemaakt door de query

24.2.8.2.3. Pythoncode

ID algoritme: gdal:executesql

import processing
processing.run("algorithm_id", {parameter_dictionary})

Het ID voor het algoritme wordt weergegeven als u over het algoritme gaat met de muisaanwijzer in de Toolbox van Processing. Het woordenboek voor de parameters verschaft de NAME’s en waarden van de parameters. Bekijk Processing algoritmen gebruiken vanaf de console voor details over hoe algoritmen van Processing uit te voeren vanuit de console voor Python.

24.2.8.3. Naar PostgreSQL exporteren (beschikbare verbindingen)

Importeert vectorlagen in een database van PostgreSQL op basis van een beschikbare verbinding. De verbinding moet eerder correct zijn gedefinieerd. Zorg er voor dat de keuzevakken ‘Gebruikersnaam opslaan’ en ‘Wachtwoord opslaan’ zijn geselecteerd. Dan kunt u het algoritme gebruiken.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL ogr2ogr utility.

24.2.8.3.1. Parameters

Label

Naam

Type

Beschrijving

Database (naam verbinding)

DATABASE

[tekenreeks]

De database van PostgreSQL waarmee verbonden moet worden

Invoerlaag

INPUT

[vector: elke]

OGR ondersteunde vectorlaag die naar de database geëxporteerd moet worden

Vorm coderen

Optioneel

SHAPE_ENCODING

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Stelt de toe te passen codering voor de gegevens in

Uitvoer type geometrie

GTYPE

[enumeratie]

Standaard: 0

Definieert het type geometrie voor de uitvoer. Één van:

  • 0 —

  • 1 — NONE

  • 2 — GEOMETRY

  • 3 — POINT

  • 4 — LINESTRING

  • 5 — POLYGON

  • 6 — GEOMETRYCOLLECTION

  • 7 — MULTIPOINT

  • 8 — MULTIPOLYGON

  • 9 — MULTILINESTRING

Een CRS voor uitvoer toewijzen

Optioneel

A_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Definieert het CRS voor de uitvoer van de tabel van de database

Opnieuw projecteren naar dit CRS bij uitvoer

Optioneel

T_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Projecteert opnieuw/transformeert naar dit CRS bij uitvoer

Bron-CRS overschrijven

Optioneel

S_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Overschrijft het CRS van de invoerlaag

Schema (naam schema)

Optioneel

SCHEMA

[tekenreeks]

Standaard: ‘public’

Definieert het schema voor de tabel van de database

Tabel om te exporteren (laat leeg om laagnaam te gebruiken)

Optioneel

TABLE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert een naam voor de tabel die zal worden geïmporteerd in de database. Standaard is de naam van de tabel de naam van het invoer vectorbestand.

Primaire sleutel (nieuw veld)

Optioneel

PK

[tekenreeks]

Standaard: ‘id’

Definieert welk attribuutveld de primaire sleutel van de tabel van de database zal zijn

Primaire sleutel (bestaand veld, gebruikt als bovenstaande optie leeg is)

Optioneel

PRIMARY_KEY

[tabelveld: elk]

Standaard: Geen

Definieert welk attribuutveld in de geëxporteerde laag de primaire sleutel van de tabel van de database zal zijn

Naam geometriekolom

Optioneel

GEOCOLUMN

[tekenreeks]

Standaard: ‘geom’

Definieert in welk attribuutveld van de database de informatie over de geometrie zal staan

Dimensies vector

Optioneel

DIM

[enumeratie]

Standaard: 0 (2D)

Definieert of het te importeren vectorbestand 2D- of 3D-gegevens heeft. Één van:

  • 0 — 2

  • 1 — 3

Tolerantie afstand voor vereenvoudiging

Optioneel

SIMPLIFY

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert een afstand voor de tolerantie voor de vereenvoudiging van de te importeren vectorgeometrieën. Standaard is er geen vereenvoudiging.

Maximale afstand tussen 2 knopen (verdichten)

Optioneel

SEGMENTIZE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

De maximale afstand tussen twee knooppunten. Gebruikt om tussenliggende punten te maken. Standaard is er geen verdichting.

Objecten in bereik selecteren (gedefinieerd in invoerlaag CRS)

Optioneel

SPAT

[bereik]

Standaard: Geen

U kunt objecten selecteren uit een opgegeven bereik die in de tabel voor uitvoer zullen komen.

Invoerlaag met behulp van bovenstaand (rechthoekig) bereik clippen

Optioneel

CLIP

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

De invoerlaag zal worden geclipt tot het bereik dat u eerder hebt opgegeven

Objecten selecteren met behulp van argument voor SQL “WHERE” (Bijv: column=”waarde”)

Optioneel

WHERE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert met een SQL-argument “WHERE” welke objecten op de invoerlaag zouden moeten worden geselecteerd

“n” objecten per transactie groeperen (Standaard: 2000)

Optioneel

GT

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

U kunt de invoerobjecten groeperen in transacties waar n de grootte definieert. Standaard beperkt n de grootte van de transacties tot 20000 objecten.

Bestaande tabel overschrijven

Optioneel

OVERWRITE

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Als er in de database een tabel is met dezelfde naam, en als deze optie is ingesteld op True, zal de tabel worden overschreven.

Aan bestaande tabel toevoegen

Optioneel

APPEND

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Indien geselecteerd / True zullen de vectorgegevens worden toegevoegd aan een bestaande tabel. Nieuwe velden die worden gevonden in de invoerlaag worden genegeerd. Standaard zal een nieuwe tabel worden gemaakt.

Aan bestaande tabel en nieuwe velden aan bestaande tabel toevoegen

Optioneel

ADDFIELDS

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Indien geactiveerd zullen de vectorgegevens worden toegevoegd aan een bestaande tabel, er zal geen nieuwe tabel worden gemaakt. Nieuwe velden die worden gevonden in de invoerlaag worden aan de tabel toegevoegd. Standaard zal een nieuwe tabel worden gemaakt.

Kolom-/tabelnamen niet wassen

Optioneel

LAUNDER

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Met deze optie kunt u het standaard gedrag voorkomen (converteren van kolomnamen naar kleine letters, verwijderen van spaties en andere ongeldige tekens).

Geen ruimtelijke index maken

Optioneel

INDEX

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Voorkomt dat een ruimtelijke index voor de tabel voor uitvoer zal worden gemaakt. Standaard wordt een ruimtelijke index toegevoegd.

Doorgaan na mislukking, mislukte object overslaan

Optioneel

SKIPFAILURES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Bevorderen naar Meerdelig

Optioneel

PROMOTETOMULTI

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Stelt type geometrie voor de objecten in de uitvoertabel in op meerdelig

Breedte en precisie van attributen voor invoer behouden

Optioneel

PRECISION

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Vermijdt aanpassen van veldattributen om te voldoen aan de invoergegevens

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’ (geen aanvullende opties)

Aanvullende opties voor maken GDAL

24.2.8.3.2. Uitvoer

Dit algoritme heeft geen uitvoer.

24.2.8.3.3. Pythoncode

ID algoritme: gdal:importvectorintopostgisdatabaseavailableconnections

import processing
processing.run("algorithm_id", {parameter_dictionary})

Het ID voor het algoritme wordt weergegeven als u over het algoritme gaat met de muisaanwijzer in de Toolbox van Processing. Het woordenboek voor de parameters verschaft de NAME’s en waarden van de parameters. Bekijk Processing algoritmen gebruiken vanaf de console voor details over hoe algoritmen van Processing uit te voeren vanuit de console voor Python.

24.2.8.4. Naar PostgreSQL exporteren (nieuwe verbinding)

Importeert vectorlagen in een database van PostgreSQL. Een nieuwe verbinding naar de database van PostgreSQL moet zijn gemaakt.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL ogr2ogr utility.

24.2.8.4.1. Parameters

Label

Naam

Type

Beschrijving

Invoerlaag

INPUT

[vector: elke]

OGR ondersteunde vectorlaag die naar de database geëxporteerd moet worden

Vorm coderen

Optioneel

SHAPE_ENCODING

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Stelt de toe te passen codering voor de gegevens in

Uitvoer type geometrie

GTYPE

[enumeratie]

Standaard: 0

Definieert het type geometrie voor de uitvoer. Één van:

  • 0 —

  • 1 — NONE

  • 2 — GEOMETRY

  • 3 — POINT

  • 4 — LINESTRING

  • 5 — POLYGON

  • 6 — GEOMETRYCOLLECTION

  • 7 — MULTIPOINT

  • 8 — MULTIPOLYGON

  • 9 — MULTILINESTRING

Een CRS voor uitvoer toewijzen

Optioneel

A_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Definieert het CRS voor de uitvoer van de tabel van de database

Opnieuw projecteren naar dit CRS bij uitvoer

Optioneel

T_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Projecteert opnieuw/transformeert naar dit CRS bij uitvoer

Bron-CRS overschrijven

Optioneel

S_SRS

[crs]

Standaard: Geen

Overschrijft het CRS van de invoerlaag

Host

Optioneel

HOST

[tekenreeks]

Standaard: ‘localhost’

Naam van de host van de database

Poort

Optioneel

PORT

[tekenreeks]

Standaard: 5432

Poortnummer waar de database van PostgreSQL naar luistert

Gebruikersnaam

Optioneel

USER

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Gebruikersnaam die is gebruikt om in te loggen op de database

Naam database

Optioneel

DBNAME

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Naam van de database

Wachtwoord

Optioneel

PASSWORD

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Wachtwoord dat hoort bij Gebruikersnaam om te verbinden met de database

Schema (naam schema)

Optioneel

SCHEMA

[tekenreeks]

Standaard: ‘public’

Definieert het schema voor de tabel van de database

Tabelnaam, laat leeg om naam invoer te gebruiken

Optioneel

TABLE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert een naam voor de tabel die zal worden geïmporteerd in de database. Standaard is de naam van de tabel de naam van het invoer vectorbestand.

Primaire sleutel (nieuw veld)

Optioneel

PK

[tekenreeks]

Standaard: ‘id’

Definieert welk attribuutveld de primaire sleutel van de tabel van de database zal zijn

Primaire sleutel (bestaand veld, gebruikt als bovenstaande optie leeg is)

Optioneel

PRIMARY_KEY

[tabelveld: elk]

Standaard: Geen

Definieert welk attribuutveld in de geëxporteerde laag de primaire sleutel van de tabel van de database zal zijn

Naam geometriekolom

Optioneel

GEOCOLUMN

[tekenreeks]

Standaard: ‘geom’

Definieert in welk attribuutveld de informatie over de geometrie moet worden opgeslagen

Dimensies vector

Optioneel

DIM

[enumeratie]

Standaard: 0 (2D)

Definieert of het te importeren vectorbestand 2D- of 3D-gegevens heeft. Één van:

  • 0 — 2D

  • 1 — 3D

Tolerantie afstand voor vereenvoudiging

Optioneel

SIMPLIFY

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert een afstand voor de tolerantie voor de vereenvoudiging van de te importeren vectorgeometrieën. Standaard is er geen vereenvoudiging.

Maximale afstand tussen 2 knopen (verdichten)

Optioneel

SEGMENTIZE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

De maximale afstand tussen twee knooppunten. Gebruikt om tussenliggende punten te maken. Standaard is er geen verdichting.

Objecten in bereik selecteren (gedefinieerd in invoerlaag CRS)

Optioneel

SPAT

[bereik]

Standaard: Geen

U kunt objecten selecteren uit een opgegeven bereik die in de tabel voor uitvoer zullen komen.

Invoerlaag met behulp van bovenstaand (rechthoekig) bereik clippen

Optioneel

CLIP

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

De invoerlaag zal worden geclipt tot het bereik dat u eerder hebt opgegeven

Velden die moeten worden opgenomen (laat leeg om alle velden te gebruiken)

Optioneel

FIELDS

[tekenreeks] [lijst]

Standaard: []

Definieert te behouden velden uit het geïmporteerde vectorbestand. Als niets is geselecteerd zullen alle velden worden geïmporteerd.

Objecten selecteren met behulp van argument voor SQL “WHERE” (Bijv: column=”waarde”)

Optioneel

WHERE

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Definieert met een SQL-argument “WHERE” welke objecten zouden moeten worden geselecteerd voor de tabel voor uitvoer

“n” objecten per transactie groeperen (Standaard: 2000)

Optioneel

GT

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

U kunt de invoerobjecten groeperen in transacties waar n de grootte definieert. Standaard beperkt n de grootte van de transacties tot 20000 objecten.

Bestaande tabel overschrijven

Optioneel

OVERWRITE

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Als er in de database een tabel is met dezelfde naam, en als deze optie is ingesteld op True, zal de tabel worden overschreven.

Aan bestaande tabel toevoegen

Optioneel

APPEND

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Indien geselecteerd / True zullen de vectorgegevens worden toegevoegd aan een bestaande tabel. Nieuwe velden die worden gevonden in de invoerlaag worden genegeerd. Standaard zal een nieuwe tabel worden gemaakt.

Aan bestaande tabel en nieuwe velden aan bestaande tabel toevoegen

Optioneel

ADDFIELDS

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Indien geactiveerd zullen de vectorgegevens worden toegevoegd aan een bestaande tabel, er zal geen nieuwe tabel worden gemaakt. Nieuwe velden die worden gevonden in de invoerlaag worden aan de tabel toegevoegd. Standaard zal een nieuwe tabel worden gemaakt.

Kolom-/tabelnamen niet wassen

Optioneel

LAUNDER

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Met deze optie kunt u het standaard gedrag voorkomen (converteren van kolomnamen naar kleine letters, verwijderen van spaties en andere ongeldige tekens).

Geen ruimtelijke index maken

Optioneel

INDEX

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Voorkomt dat een ruimtelijke index voor de tabel voor uitvoer zal worden gemaakt. Standaard wordt een ruimtelijke index toegevoegd.

Doorgaan na mislukking, mislukte object overslaan

Optioneel

SKIPFAILURES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Bevorderen naar Meerdelig

Optioneel

PROMOTETOMULTI

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Stelt type geometrie voor de objecten in de uitvoertabel in op meerdelig

Breedte en precisie van attributen voor invoer behouden

Optioneel

PRECISION

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Vermijdt aanpassen van veldattributen om te voldoen aan de invoergegevens

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’ (geen aanvullende opties)

Aanvullende opties voor maken GDAL

24.2.8.4.2. Uitvoer

Dit algoritme heeft geen uitvoer.

24.2.8.4.3. Pythoncode

ID algoritme: gdal:importvectorintopostgisdatabasenewconnection

import processing
processing.run("algorithm_id", {parameter_dictionary})

Het ID voor het algoritme wordt weergegeven als u over het algoritme gaat met de muisaanwijzer in de Toolbox van Processing. Het woordenboek voor de parameters verschaft de NAME’s en waarden van de parameters. Bekijk Processing algoritmen gebruiken vanaf de console voor details over hoe algoritmen van Processing uit te voeren vanuit de console voor Python.

24.2.8.5. Vectorinformatie

Maakt een bestand met informatie dat de informatie vermeldt over een door OGR ondersteunde gegevensbron. De uitvoer zal worden weergegeven in een venster ‘Resultaten’ en kan worden weggeschreven naar een HTML-bestand. De informatie bevat het type geometrie, aantal objecten, het ruimtelijke bereik, informatie over de projectie en nog veel meer.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL ogrinfo utility.

24.2.8.5.1. Parameters

Label

Naam

Type

Beschrijving

Invoerlaag

INPUT

[vector: elke]

Invoer vectorlaag

Alleen uitvoer als samenvatting

Optioneel

SUMMARY_ONLY

[Booleaanse waarde]

Standaard: True

Info over metadata onderdrukken

Optioneel

NO_METADATA

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Laaginformatie

OUTPUT

[html]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer het HTML uitvoerbestand dat de informatie uit het bestand bevat. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand

  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden. Indien er geen HTML-bestand is gedefinieerd, zal de uitvoer worden weggeschreven naar een tijdelijk bestand.

24.2.8.5.2. Uitvoer

Label

Naam

Type

Beschrijving

Laaginformatie

OUTPUT

[html]

Het HTML uitvoerbestand dat de informatie uit het bestand bevat.

24.2.8.5.3. Pythoncode

ID algoritme: gdal:ogrinfo

import processing
processing.run("algorithm_id", {parameter_dictionary})

Het ID voor het algoritme wordt weergegeven als u over het algoritme gaat met de muisaanwijzer in de Toolbox van Processing. Het woordenboek voor de parameters verschaft de NAME’s en waarden van de parameters. Bekijk Processing algoritmen gebruiken vanaf de console voor details over hoe algoritmen van Processing uit te voeren vanuit de console voor Python.