Rasteranalyse

Aspect

Genereert een kaart voor het aspect vanuit elk door GDAL ondersteund hoogteraster. Aspect is de kompasrichting waarnaar de helling kijkt. De pixels zullen een waarde hebben van 0-360°, gemeten in graden vanaf Noord, wat de azimut aangeeft. In de Noordelijke hemisfeer ligt de noordzijde van hellingen vaak in de schaduw (kleine azimut van 0°-90°), terwijl de zuidelijke zijde meer zonnestraling ontvangt (grotere azimut van 180°-270°).

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Het nummer van de band die als hoogte moet worden gebruikt
Trigonometrische hoek teruggeven in plaats van azimut TRIG_ANGLE

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeren van de trigonometrische hoek resulteert in verschillende categorieën: 0° (=Oost), 90° (Noord), 180° (=West), 270° (=Zuid).
Geef 0 voor vlak terug in plaats van -9999 ZERO_FLAT

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeren van deze optie zal een 0-waarde invoegen voor de waarde -9999 in vlakke gebieden.
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster
Gebruik formule Zevenbergen&Thorne in plaats van die van Horn ZEVENBERGEN

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeert de formule Zevenbergen&Thorne voor gladdere landschappen

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Aspect OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Aspect OUTPUT [raster] Uitvoerraster met waarden voor hoeken in graden

Kleurreliëf

Genereert een kaart met kleurreliëf uit elk door GDAL ondersteund hoogteraster. Kleurreliëfen kunnen in het bijzonder worden gebruikt om hoogten weer te geven. Het algoritme voert een 4-bands raster uit met waarden die zijn berekend uit de hoogte en een op tekst gebaseerd configuratiebestand voor kleur. Standaard worden de kleuren tussen de opgegeven waarden voor de hoogte naadloos gemengd en het resultaat is een leuk gekleurd hoogteraster.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Het nummer van de band die als hoogte moet worden gebruikt
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster
Kleur-configuratiebestand COLOR_TABLE [bestand] Een op tekst gebaseerd configuratiebestand voor kleur
modus Overeenkomst MATCH_MODE

[enumeratie]

Standaard: 2

Één van:

  • 0 — Strikte kleurovereenkomsten gebruiken
  • 1 — Dichtstbijzijnde RGBA quadruplet gebruiken
  • 2 — Gladde gemengde kleuren gebruiken

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Kleurreliëf OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Kleurreliëf OUTPUT [raster] Een 4-bands uitvoerraster

‘Geen gegevens’ vullen

Vult regio’s in het raster met waarden ‘Geen gegevens’ door interpolatie vanaf de randen. De waarden voor de regio’s met ‘Geen gegevens’ worden berekend door de omringende pixelwaarden met behulp van gewogen inverse afstand. Na het interpoleren worden de resultaten gladder gemaakt. Invoer kan elke door GDAL ondersteund rasterlaag zijn. Dit algoritme is in het algemeen geschikt voor het interpoleren van ontbrekende regio’s van nagenoeg doorlopend variërende rasters (zoals bijvoorbeeld hoogtemodellen). Het is ook geschikt voor het vullen van kleine gaten en scheuren in meer onregelmatig variërende afbeeldingen (zoals luchtfoto’s). Het is in het algemeen niet zo geschikt voor interpoleren van een raster met schaarse gegevens voor punten.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL fillnodata utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

De band die moet worden bewerkt. Waarden ‘Geen gegevens’ moeten worden weergegeven door de waarde 0.
Maximale afstand (in pixels) vanaf waar moet worden gezocht om te interpoleren DISTANCE

[getal]

Standaard: 10

Het aantal pixels waarnaar in alle richtingen moet worden gezocht om vanuit te interpoleren
Aantal doorlopen voor glad maken die moeten worden uitgevoerd na het interpoleren ITERATIONS

[getal]

Standaard: 0

Het aantal doorlopen van het filter 3x3 dat moet worden uitgevoerd (0 of meer) om de resultaten van de interpolatie gladder te maken.
Standaard geldigheidsmasker niet gebruiken voor de invoerband NO_MASK

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeert het gebruiker gedefinieerde geldigheidsmasker
Geldigheidsmasker MASK_LAYER [raster] Een rasterlaag die definieert welke gebieden moeten worden gevuld
Gevuld OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificatie van de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Gevuld OUTPUT [raster] Uitvoer raster

Grid (Data metrics)

Berekent enkele gegevensmetrieken voor gegevens met het gespecificeerde venster en uitvoer geometrie voor het grid.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
Te gebruiken gegevensmetrieken METRIC

[enumeratie]

Standaard: 0

Één van:

  • 0 — Minimum, minimale waarde gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid
  • 1 — Maximum, maximale waarde gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid
  • 2 — Bereik, een verschil tussen de minimale en maximale waarden gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid
  • 3 — Aantal, een aantal gegevenspunten gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid
  • 4 — Gemiddelde afstand, een gemiddelde afstand tussen het knooppunt van het grid (centrum van de zoek-ellips) en alle gegevenspunten gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid
  • 5 — Gemiddelde afstand tussen punten, een gemiddelde afstand tussen de gegevenspunten, gevonden in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid. De afstand tussen elk paar punten binnen de ellips wordt berekend en het gemiddelde van alle afstanden wordt ingesteld als waarde voor het knooppunt van het grid
De eerste radius van de zoek-ellips RADIUS_1

[getal]

Standaard: 0.0

De eerste radius (X-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
**De tweede radius van de zoek-ellips ** RADIUS_2

[getal]

Standaard: 0.0

De tweede radius (Y-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
Hoek voor de rotatie van de zoek-ellips in graden (tegen de wijzers van de klok in) ANGLE

[getal]

Standaard: 0.0

Hoek van de rotatie van de ellips in graden. Ellips roteert tegen de wijzers van de klok in.
Minimale aantal te gebruiken gegevenspunten MIN_POINTS

[getal]

Standaard: 0.0

Minimum aantal gegevenspunten om te middelen. Indien er minder punten worden gevonden in het knooppunt van het grid wordt dat geacht leeg te zijn en zal worden gevuld met de markering voor ‘Geen gegevens’.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (gegevensmetrieken) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (gegevensmetrieken) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Raster (IDW met zoeken naar Nearest neighbor)

Berekent de Inverse Distance to a Power gridding gecombineerd met de methode Nearest neighbor. Ideaal als een maximaal aantal te gebruiken gegevenspunten wordt vereist.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
Gewogen macht POWER

[getal]

Standaard: 2.0

Gewogen macht
Smoothing SMOOTHING

[getal]

Standaard: 0.0

Parameter voor Glad maken
De radius van de zoekcirkel RADIUS

[getal]

Standaard: 1.0

De radius van de zoekcirkel
Maximale aantal te gebruiken gegevenspunten MAX_POINTS

[getal]

Standaard: 12

Zoek niet naar meer punten dan dit aantal.
Minimale aantal te gebruiken gegevenspunten MIN_POINTS

[getal]

Standaard: 0

Minimum aantal gegevenspunten om te middelen. Indien er minder punten worden gevonden in het knooppunt van het grid wordt dat geacht leeg te zijn en zal worden gevuld met de markering voor ‘Geen gegevens’.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (IDW met NN-zoeken) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (IDW met NN-zoeken) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Grid (Inverse distance to a power)

De Inverse Distance to a Power gridding methode is een interpolator voor het gewogen gemiddelde.

U zou de arrays voor de invoer moeten vullen met de verspreide waarden voor gegevens inclusief de coördinaten van elk gegevenspunt en geometrie voor het grid moeten uitvoeren. De functie zal de geïnterpoleerde waarde voor de opgegeven positie in het uitvoerraster berekenen.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
Gewogen macht POWER

[getal]

Standaard: 2.0

Gewogen macht
Glad maken SMOOTHING

[getal]

Standaard: 0.0

Parameter voor Glad maken
De eerste radius van de zoek-ellips RADIUS_1

[getal]

Standaard: 0.0

De eerste radius (X-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
**De tweede radius van de zoek-ellips ** RADIUS_2

[getal]

Standaard: 0.0

De tweede radius (Y-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
Hoek voor de rotatie van de zoek-ellips in graden (tegen de wijzers van de klok in) ANGLE

[getal]

Standaard: 0.0

Hoek van de rotatie van de ellips in graden. Ellips roteert tegen de wijzers van de klok in.
Maximale aantal te gebruiken gegevenspunten MAX_POINTS

[getal]

Standaard: 0

Zoek niet naar meer punten dan dit aantal.
Minimale aantal te gebruiken gegevenspunten MIN_POINTS

[getal]

Standaard: 0

Minimum aantal gegevenspunten om te middelen. Indien er minder punten worden gevonden in het knooppunt van het grid wordt dat geacht leeg te zijn en zal worden gevuld met de markering voor ‘Geen gegevens’.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (IDW) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (IDW) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Raster (Lineair)

De methode Lineair voert een lineaire interpolatie uit door een Delaunay-triangulatie te berekenen voor de wolk met punten, uitzoekt in welke driehoek van de triangulatie het punt ligt, en een lineaire interpolatie uit te voeren vanuit de coördinaten voor het massacentrum in de driehoek. Als het punt niet in een driehoek ligt. afhankelijk van de straal, zal het algoritme de waarde nemen van het dichtstbij zijnde punt of de waarde ‘Geen gegevens’.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
Zoekafstand RADIUS

[getal]

Standaard: -1.0

In het geval het punt dat moet worden geïnterpoleerd niet past in een driehoek van de Delaunay-triangulatie, gebruik dan de maximum afstand om te zoeken naar een dichtstbijzijnde buur, of gebruik anders ‘Geen gegevens’. Indien ingesteld op -1 is de zoekafstand oneindig. Indien ingesteld op 0 zal de waarde ‘Geen gegevens’ worden gebruikt.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (Lineair) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (Lineair) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Grid (Moving average)

Het Moving Average is een eenvoudig algoritme voor gemiddelden. Het gebruikt een verplaatsend venster van elliptische vorm om naar waarden te zoeken en middelt alle gegevenspunten binnen het venster. De zoek-ellips kan worden geroteerd naar een gespecificeerde hoek, het centrum van de ellips geplaatst op het knooppunt van het grid. Ook kan het minimum aantal gegevenspunten dat moet worden gemiddeld worden ingesteld. Als er niet genoeg punten in het venster zijn, wordt het knooppunt van het grid geacht leeg te zijn en zal worden gevuld met de gespecificeerde waarde ‘Geen gegevens’.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
De eerste radius van de zoek-ellips RADIUS_1

[getal]

Standaard: 0.0

De eerste radius (X-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
**De tweede radius van de zoek-ellips ** RADIUS_2

[getal]

Standaard: 0.0

De tweede radius (Y-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
Hoek voor de rotatie van de zoek-ellips in graden (tegen de wijzers van de klok in) ANGLE

[getal]

Standaard: 0.0

Hoek van de rotatie van de ellips in graden. Ellips roteert tegen de wijzers van de klok in.
Minimale aantal te gebruiken gegevenspunten MIN_POINTS

[getal]

Standaard: 0.0

Minimum aantal gegevenspunten om te middelen. Indien er minder punten worden gevonden in het knooppunt van het grid wordt dat geacht leeg te zijn en zal worden gevuld met de markering voor ‘Geen gegevens’.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (gemiddelde verplaatsing) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (gemiddelde verplaatsing) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Grid (Nearest neighbor)

De methode Nearest Neighbor voert geen interpolatie of glad maken uit, het neemt eenvoudigweg de waarde van het dichtstbijzijnde gevonden punt in de zoek-ellips van het knooppunt van het grid en geeft dat als resultaat terug. Indien er geen punt wordt gevonden, wordt de gespecificeerde waarde voor ‘Geen gegevens’ teruggegeven.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL grid utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Puntenlaag INPUT [vector: punt] Invoer punt-vectorlaag
De eerste radius van de zoek-ellips RADIUS_1

[getal]

Standaard: 0.0

De eerste radius (X-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
**De tweede radius van de zoek-ellips ** RADIUS_2

[getal]

Standaard: 0.0

De tweede radius (Y-as als de rotatiehoek 0 is) van de zoek-ellips
Hoek voor de rotatie van de zoek-ellips in graden (tegen de wijzers van de klok in) ANGLE

[getal]

Standaard: 0.0

Hoek van de rotatie van de ellips in graden. Ellips roteert tegen de wijzers van de klok in.
Geen gegevens NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Markering ‘Geen gegevens’ om lege punten te vullen

Z-waarde uit veld

Optioneel

Z_FIELD [tabelveld: numeriek] Veld voor de interpolatie

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64
Geïnterpoleerd (Dichtstbijzijnde buur) OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Geïnterpoleerd (Dichtstbijzijnde buur) OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Schaduw voor heuvels

Voert een raster uit met een keurig effect van een reliëf van schaduwen. Het is zeer nuttig voor het visualiseren van het terrein. U kunt optioneel de azimut en hoogte van de lichtbron specificeren, een verticale factor voor vergroten en een schaalfactor om rekening te houden met verschillen tussen verticale en horizontale eenheden.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Band die de informatie voor de hoogte bevat
Z-factor (verticale overdrijving) Z_FACTOR

[getal]

Standaard: 1.0

De factor overdrijft de hoogte van het uitvoer hoogteraster
Schaal (ratio van verticale eenheden naar horizontale) SCALE

[getal]

Standaard: 1.0

De verhouding van verticale eenheden tot horizontale eenheden
Azimut van het licht AZIMUTH

[getal]

Standaard: 315.0

Definieert het azimut van het licht dat schijnt op het hoogteraster in graden. Als het van de bovenzijde van het raster komt is de waarde 0, als het uit het oosten komt is het 90, enzovoort.
Hellingshoek van het licht ALTITUDE

[getal]

Standaard: 45.0

Definieert de hoogte van het licht, in graden. 90 als het licht van boven het hoogteraster komt, 0 als het scheerlicht is.
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster
Gebruik formule Zevenbergen&Thorne (in plaats van die van Horn) ZEVENBERGEN

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeert de formule Zevenbergen&Thorne voor gladdere landschappen
Gecombineerde schaduw COMBINED

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

 
Multidirectionele schaduw MULTIDIRECTIONAL

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

 

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Schaduw voor heuvels OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag met geïnterpoleerde waarden. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Schaduw voor heuvels OUTPUT [raster] Uitvoer rasterbestand met geïnterpoleerde waarden

Near black

Converteert bijna zwarte/witte grenzen naar zwart.

Dit algoritme zal een afbeelding scannen en proberen om alle pixels, die bijna of exact zwart, wit of een of meer aangepaste kleuren zijn, rondom de rand, instellen op zwart of wit. Dit wordt vaak gebruikt om met verlies gecomprimeerde luchtfoto’s “te repareren” zodat kleurpixels kunnen worden behandeld als transparant bij mozaïeken.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL nearblack utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Hoe ver vanaf zwart (wit) NEAR

[getal]

Standaard: 15

Selecteer hoe ver de pixelwaarden mogen zijn vanaf zwart, wit of de aangepaste kleuren en nog steeds beschouwd worden als bijna zwart, wit of aangepaste kleur.
Zoek naar bijna witte pixels in plaats van bijna zwarte WHITE

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Zoek naar bijna witte (255) pixels in plaats van bijna zwarte pixels

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Bijna zwart OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Bijna zwart OUTPUT [raster] Uitvoer raster

Proximity (raster afstand)

Maakt een nabijheidskaart voor een raster die de afstand aangeeft van het centrum van elke pixel tot het centrum van de dichtstbijzijnde pixel die is geïdentificeerd als een doelpixel. Doelpixels zijn die in het bronraster waarvoor de raster pixelwaarde in de verzameling van waarden van doelpixels ligt.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL proximity utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Band die de informatie voor de hoogte bevat

Een lijst van pixelwaarden in de bronafbeelding die als doelpixels moeten worden beschouwd

Optioneel

VALUES

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Een lijst van waarden voor doelpixels in de bronafbeelding die als doelpixels moeten worden beschouwd. Indien niet gespecificeerd, worden alle pixels met een waarde die niet nul is beschouwd als doelpixels.
Afstandseenheden UNITS

[enumeratie]

Standaard: 1

Geef aan of gegenereerde afstanden in pixels of in geo-verwezen coördinaten zouden moeten zijn. Één van:

  • 0 — Coördinaten met geoverwijzingen
  • 1 — Pixelcoördinaten

De maximale afstand die moet worden gemaakt

Optioneel

MAX_DISTANCE

[getal]

Standaard: 0.0

De maximale te maken afstand. De waarde ‘Geen gegevens’ zal worden gebruikt voor pixels buiten deze afstand. Indien geen waarde ‘Geen gegevens’ wordt opgegeven, zal de band voor uitvoer worden bevraagd naar zijn waarde ‘Geen gegevens’. Als de uitvoerband geen waarde ‘Geen gegevens’ heeft, dan zal de waarde 65535 worden gebruikt. Afstand wordt geïnterpreteerd overeenkomstig de waarde van Afstandseenheden.

Waarde die moet worden toegepast op alle pixels die binnen de -maxdist van doelpixels liggen

Optioneel

REPLACE

[getal]

Standaard: 0.0

Specificeer een waarde die moet worden toegepast op alle pixels die dichterbij liggen dan de maximum afstand vanaf doelpixels (inclusief de doelpixels) in plaats van een waarde voor de afstand.

Waarde Geen gegevens om te gebruiken voor het doel-nabijheidsraster

Optioneel

NODATA

[getal]

Standaard: 0.0

Specificeer de waarde ‘Geen gegevens’ om te gebruiken voor het uitvoerraster
Type uitvoergegevens DATA_TYPE

[enumeratie]

Standaard: 5

Definieert het gegevenstype voor het uitvoer rasterbestand. Opties:

  • 0 — Byte
  • 1 — Int16
  • 2 — UInt16
  • 3 — UInt32
  • 4 — Int32
  • 5 — Float32
  • 6 — Float64
  • 7 — CInt16
  • 8 — CInt32
  • 9 — CFloat32
  • 10 — CFloat64

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Nabijheidskaart OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Nabijheidskaart OUTPUT [raster] Uitvoer raster

Ruw

Voert een enkelbands raster uit met berekende waarden uit de hoogte. Ruwheid is de mate van onregelmatigheid van het oppervlak. Het wordt berekend door het grootste verschil tussen cellen van een centrale pixel en de omringende cellen. De bepaling van de ruwheid speelt een rol bij de analyse van terreinhoogte-gegevens, het is nuttig bij berekeningen van de morfologie van rivieren, in klimatologie en fysische geografie in het algemeen.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Het nummer van de band die als hoogte moet worden gebruikt
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Ruwheid OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Ruwheid OUTPUT [raster] Enkelbands uitvoerraster voor ruwheid. De waarde -9999 wordt gebruikt als waarde ‘Geen gegevens’.

Sieve

Verwijdert raster-polygonen die kleiner zijn dan een opgegeven drempelwaarde (in pixels) en vervangt ze door de pixelwaarde van het grootste buur-polygoon. Het is nuttig als u een groot aantal kleine gebieden heeft op uw rasterkaart.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL sieve utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Drempel THRESHOLD

[getal]

Standaard: 10

Alleen rasterpolygonen die kleiner zijn dan deze grootte zullen worden verwijderd
8-connectedness gebruiken EIGHT_CONNECTEDNESS

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

8-connectedness gebruiken in plaats van 4-connectedness
Standaard geldigheidsmasker niet gebruiken voor de invoerband NO_MASK

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

 

Geldigheidsmasker

Optioneel

MASK_LAYER [raster] Te gebruiken geldigheidsmasker in plaats van de standaard
Gezeefd OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Gezeefd OUTPUT [raster] Uitvoer rasterlaag.

Helling

Maakt een hellingskaart uit elk door GDAL ondersteund hoogteraster. Helling is de stijgingshoek ten opzichte van horizontaal. U heeft de optie om te specificeren welk type waarde u voor de helling wilt: graden of percentage helling.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Band die de informatie voor de hoogte bevat
Verhouding van verticale eenheden naar horizontale SCALE

[getal]

Standaard: 1.0

De verhouding van verticale eenheden tot horizontale eenheden
Helling weergeven in procenten (in plaats van graden) AS_PERCENT

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Helling weergeven in procenten in plaats van in graden
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster
Gebruik formule Zevenbergen&Thorne (in plaats van die van Horn) ZEVENBERGEN

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Activeert de formule Zevenbergen&Thorne voor gladdere landschappen

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Helling OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Helling OUTPUT [raster] Uitvoer raster

Terrein Ruwheid Index (TRI)

Voert een enkelbands raster uit met waarden die zijn berekend uit de hoogten. TRI staat voor Terrain Ruggedness Index, wat wordt gedefinieerd als het gemiddelde verschil tussen een centrale pixel en zijn omringende cellen.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Het nummer van de band die als hoogte moet worden gebruikt
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Terrein Ruwheid Index OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Terrein Ruwheid Index OUTPUT [raster] Enkelbands uitvoerraster. De waarde -9999 wordt gebruikt als waarde ‘Geen gegevens’.

Topografische Positie Index (TPI)

Voert een enkelbands raster uit met waarden die zijn berekend uit de hoogte. TPI staat voor Topographic Position Index, die wordt gedefinieerd als het verschil tussen een centrale pixel en het gemiddelde van zijn omringende cellen.

Dit algoritme is afgeleid van de GDAL DEM utility .

Standaard menu: Raster ‣ Analyse

Parameters

Label Naam Type Beschrijving
Invoerlaag INPUT [raster] Invoer hoogte rasterlaag
Bandnummer BAND

[rasterband]

Standaard: 1

Het nummer van de band om als waarden voor hoogte te gebruiken
Randen berekenen COMPUTE_EDGES

[Booleaanse waarde]

Standaard: False

Maakt randen uit het hoogteraster

Aanvullende opties voor maken

Optioneel

OPTIONS

[tekenreeks]

Standaard: ‘’

Voor toevoegen van een of meer opties voor het beheren van het te maken bestand (kleuren, blokgrootte, bestandsompressie…). Voor het gemak kunt u vertrouwen op vooraf gedefinieerde profielen (bekijk :ref:` het gedeelte over opties voor GDAL driver <gdal_createoptions>`).
Terrein Ruwheid Index OUTPUT

[raster]

Standaard: [Opslaan naar tijdelijk bestand]

Specificeer de uitvoer rasterlaag. Één van:

  • Opslaan naar tijdelijk bestand
  • Opslaan naar bestand…

De bestandscodering kan hier ook gewijzigd worden.

Uitvoer

Label Naam Type Beschrijving
Terrein Ruwheid Index OUTPUT [raster] Uitvoer raster.