Outdated version of the documentation. Find the latest one here.

Interpolatie-plugin

De Interpolatie-plugin kan worden gebruikt voor het genereren van een driehoeksinterpolatie of kubische interpolatie van een vectorlaag. De plugin is eenvoudig te gebruiken en heeft een intuitieve grafische gebruikersinterface voor het vervaardigen van geïnterpoleerde rasterkaartlagen (Zie Figure_interpolation_1). Voordat deze plugin kan worden gebruikt, moeten de volgende parameters worden gedefinieerd:

  • Invoer Vectorlagen: Kies de invoerlaag (of lagen) uit een lijst van geladen lagen. Als meer dan één laag wordt opgegeven, dan worden gegevens van alle lagen gebruikt voor de interpolatie. N.B.: Men kan zowel lijnen als polygonen gebruiken als voorwaarden voor de driehoeksmeting door een keuze te make tussen “Punten”, “Lijnen structuren” of “Lijnen opbreken” in het keuzevak Type selectstring combobox.

  • Interpolatie attribuut: Selecteer het attribuut dat moet woerden gebruik voor de interpolatie of activeer het keuzevak|checkbox| Gebruik z-coördinaten als de z-coördinaten moeten worden gebruikt voor de interpolatie.

  • Interpolatie methode: Selecteer de interpolatiemethode. De opties zijn: ‘Triangulated Irregular Network/Driehoeksinterpolatie (TIN)’ of ‘Inverse Distance Weighted/Kubische interpolatie (IDW)’.

  • Aantal kolommen/rijen: Specificeer het aantal kolommen en het aantal rijen voor het uitvoerbestand.

  • Uitvoerbestand: Geef de naam voor het uitvoerbestand op.

  • checkbox :guidable:`Voeg resultaat toe aan het project` om de uitkomst toe te voegen aan het huidige project.

Figure Interpolation 1:

../../../_images/interpolate_dialog.png

Interpolatie-plugin nix

De plugin gebruiken

  1. Start QGIS en laad een punt vectorlaag (bijv., elevp.csv).

  2. Laad de Interpolatie plugin in de Plugin Manager (zie Sectie Loading a QGIS Core Plugin) en klik op het icoon raster-interpolate Interpolation, dat te vinden is in het QGIS toolbar menu. Het Interpolatie-plugin venster verschijnt dan zoals getoond in Figure_interpolation_1.

  3. Kies de invoerlaag (bijv., elevp selectstring) en kolom (bijv., ELEV) voor de interpolatie.

  4. Kies een interpolatiemethode (bijv. ‘Triangulated Irregular Network (TIN)’), stel de celgrootte in op 5000 en geef de naam op van het uitvoer rasterbestand (bijv., elevation_tin).

  5. Klik op [OK].