.

Werken met Projecties

QGIS geeft gebruikers de mogelijkheid om een globale en projectbrede CRS (Coördinaten Referentie Systeem) toe te voegen aan lagen die zelf geen CRS bevatten. Het is ook mogelijk om zelf een custom coördinaten referentie systeem te maken en het ondersteund gelijktijdige CRS transformaties van vector- en rasterkaartlagen. Dit geeft de gebruiker de mogelijkheid om lagen die verschillende CRS bevatten over elkaar heen te projecteren.

Overzicht Ondersteuning van Projecties

QGIS ondersteund ongeveer 2700 bekende CRS. De definities van al deze Coördinaat Referentie Systemen zijn opgeslagen in een SQLite database die onderdeel is van een QGIS installatie. Normaal gesproken hoeven deze beschrijvingen niet te worden aangepast. Dit kan er zelfs voor zorgen dat hierdoor de ondersteuning van projecties faalt. Zelf gedefinieerde (aangepaste/Custom) CRS worden opgeslagen in een gebruikers database. Zie het onderdeel Aangepaste Coördinaten Referentie Systeem voor informatie over het beheren van custom coördinaten referentie systemen.

De beschikbare CRS in QGIS zijn gebaseerd op definities die zijn gepubliceerd door de European Petroleum Search Group (EPSG) en het Institut Geographique National de France (IGNF) die grotendeels zijn opgenomen in de spatiale referentie tabellen die gebruikt worden in GDAL. De EPSG ID zijn aanwezig in de database en kunnen gebruikt worden om een CRS te selecteren in QGIS.

Om de gelijktijdige CRS transformatie te gebruiken, dienen er voor alle kaartlagen een coördinaat referentie systeem zijn gedefinieerd of moet er een globale of een projectbrede CRS gedefinieerd te zijn (gebruikt voor alle kaartlagen zonder CRS). Voor PostGIS lagen gebruikt QGIS de spatiale referentie die gebruikt is tijdens het aanmaken van de laag. Voor kaartgegevens die ondersteund worden door OGR, gaat QGIS uit van de aanwezigheid van onderdelen die de CRS definitie bevatten. Voor Shapefiles betekent dit dat er een bestand aanwezig moet zijn die de Well Known Text (WKT) beschrijving van een CRS bevat. Dit projectiebestand heeft dezelfde basis naam als de shapefile en wordt gevolgd door de bestandsextensie ‘.prj’. Voorbeeld, naast een shapefile met de naam alaska.shp dient ook een bijbehorend projectbestand met de naam alaska.prj te bestaan.

Wanneer je een nieuw CRS selecteert, zal de gebruikte lengte-eenheid mee veranderen in het tabblad Algemeen van de mActionOptions Projectinstellingen dialoog onder het menu Project (Gnome, OSX) of Extra (KDE, Windows) menu.

Globale Projectie Specificatie

QGIS gebruikt voor elk nieuw project de globale standaard projectie. De standaard globale CRS na installatie van QGIS is EPSG:4326 - WGS 84 (proj=longlat +ellps=WGS84 +datum=WGS84 +no_defs). Deze globale CRS kan worden gewijzigd gebruik makende van de knop [Selecteren...] in het eerste deel waarmee de Standaard Coördinaten Referentie Systeem te gebruiken voor nieuwe projecten (bijvoorbeeld het Nederlandse RD systeem) zoals getoond in figure_projection_1. Deze keuze zal opgeslagen worden voor gebruik in volgende QGIS sessies.

Figure Projection 1:

../../../_images/crsdialog.png

Tabblad CRS in het QGIS Opties Dialoog nix

Wanneer je kaartlagen gebruikt die geen CRS bevatten, dan zul je moeten definiëren welke CRS QGIS moet gebruiken voor deze lagen. Dit kan met een globale of een project CRS in het CRS tabblad onder Extra ‣ mActionOptions Opties.

De opties getoond in figure_projection_1 zijn:

  • radiobuttonoff Vraag om CRS

  • radiobuttonoff Gebruik huidige project CRS

  • radiobuttonoff Gebruik het standaard CRS zoals hieronder getoond

Wanneer je de coördinaten referentie systeem voor een bepaalde laag zonder CRS informatie wilt definiëren, dan kun je dat doen in het tabblad Algemeen van de dialoog Eigenschappen van de raster (zie Tabblad Algemeen) en vectorlaag (zie vectorgeneraltab). Wanneer je laag al een CRS heeft, zal dit getoond worden als in figuur Het Menu Vector-eigenschappen .

Tip

CRS in de kaartlegenda

Met de rechtermuis op een laag klikken in de Kaartlegenda (zie Legenda) geeft twee CRS snelkoppelingen Instellen laag CRS zal direct de Ruimtelijk Referentie Systeem Keuze openen (zie figure_projection_2). Project CRS van laag overnemen zal de project CRS instellen en gelijk maken aan de CRS van geselecteerde laag

Gelijktijdige CRS transformatie gebruiken

QGIS ondersteund gelijktijdige CRS transformatie voor zowel raster- als vectorkaartgegevens, deze is echter niet standaard geactiveerd. Vink het aanvinkvakje checkbox Gelijktijdige CRS transformatie gebruiken aan in het tabblad CRS van de mActionProjectProperties Projectinstellingen dialoog.

Er zijn drie manieren om dit te doen:

  1. Selecteer mActionOptions Projectinstellingen van het menu Project (Gnome) of Extra (KDE, Windows, OSX).

  2. Klik op de geographic CRS status icoon in de linkeronderhoek van de statusbalk.

  3. Zet Gelijktijdige CRS transformatie standaard aan, door in het tabblad CRS van de Opties dialoog en de checkbox| Gelijktijdige CRS transformatie gebruiken aan te vinken of Gelijktijdige CRS transformatie inschakelen indien kaartlagen verschillende CRS hebben.

Wanneer je al een laag geladen hebt, en je wilt gelijktijdige CRS transformatie gebruiken, dan kun je het beste het tabblad CRS van de Projectinstellingen dialog openen, een CRS selecteren en daarna de optie checkbox Gelijktijdige CRS transformatie gebruiken aanvinken. Het geographic CRS status icoon zal niet langer uitgegrijsd zijn en alle lagen zullen geprojecteerd worden naar de CRS die getoond wordt naast het icoon.

Figure Projection 2:

../../../_images/projectionDialog.png

Projectinstellingen Dialoog nix

Het tabblad CRS van de Projectinstellingen dialoog bevat vijf belangrijke onderdelen zoals getoond in Figure_projection_2 die hieronder worden beschreven:

  1. Gelijktijdige CRS-Transformatie gebruiken - dit aanvinkvakje wordt gebruikt om de gelijktijdige CRS transformatie te (de)activeren. Wanneer uit, zal elke laag getekent worden gebruik maken van de de coördinaten zoals gelezen van de gegevensbron en de onderstaande beschreven componenten zijn daarbij uitgeschakeld. Wanneer aan, zullen de coördinaten van elke laag worden geprojecteerd naar het coördinaten referentie systeem zoals ingesteld voor het kaartbeeld.

  2. Filter — wanneer de EPSG code bekend is, of de identifier of de naam ven een Coördinaten Referentie Systeem, kun je gebruik maken van een zoekterm om deze te vinden. Geef de EPSG code, de identifier of de naam als zoekterm.

  3. Recent gebruikte coördinaten referentie systemen — wanneer je bepaalde CRS vaker gebruikt, dan zullen deze getoond worden onder in de tabel van de Projectie Dialoog. Klik op een van deze knoppen om de daarbijhorende CRS te selecteren.

  4. Coördinaten Referentie Systeem — Dit is een lijst van alle CRS die ondersteund worden door QGIS, inclusief geografische, geprojecteerde en zelf gedefiniëerde coördinaten referentie systemen. Om een CRS in te stellen, selecteer deze uit de lijst door de bijbehorende lijst uit te klappen en de CRS te selecteren. De actieve CRS is voorgeselecteerd.

  5. Proj4 text — Dit is de CRS tekst gebruikt door de PROJ.4 projectie engine. Deze tekst is alleen-lezen en wordt gegeven ter informatie.

Tip

Projectinstellingen Dialog

Wanneer je de Projectinstellingen dialoog opent via het menu Project, dan moet je vervolgens het tabblad CRS selecteren om de CRS instellingen te bekijken.

Het openen van de dialoog vanuit het icoon geographic CRS status zal direct het tabblad CRS openen.

Aangepaste Coördinaten Referentie Systeem

Indien QGIS niet het coördinaten referentie systeem levert die je nodig hebt, kun je zelf een CRS maken. Kies, om een CRS te maken, |mctionCustomProjection| Aangepaste CRS via het menu Extra. Zelf gemaakte CRS-en worden opgeslagen in een gebruikersdatabase van QGIS. Deze database bevat ook de Favoriete plaatsen (spatial bookmarks) en andere eigen instellingen.

Figure Projection 3:

../../../_images/customProjectionDialog.png

Aangepaste CRS Dialoog nix

Om zelf een CRS in QGIS te maken, vereist dat je wel de PROJ.4 projectie functie bibliotheek moet begrijpen. Om te beginnen, verwijzen we naar Cartographic Projection Procedures for the UNIX Environment - A User’s Manual by Gerald I. Evenden, U.S. Geological Survey Open-File Report 90-284, 1990 (beschikbaar via ftp://ftp.remotesensing.org/proj/OF90-284.pdf ).

Deze handleiding beschrijft het gebruik van proj.4 en de daarbijhorende ‘command line utilities’. De cartografische parameters die gebruikt worden voor proj.4 worden beschreven in de gebruikershandleiding en deze kunnen ook worden gebruikt in QGIS.

De Aangepaste Coordinaten Referentie Systeem Definitie dialoog heeft slechts twee parameters nodig om een gebruikers CRS te maken:

  1. een beschrijvende naam

  2. De cartographische parameters in PROJ.4 formaat

Om een nieuwe CRS te maken, klik op de knop mIconNew Nieuwe CRS toevoegen en geef een beschrijvende naam en de CRS parameters.

Let daarbij op dat Parameters moet beginnen met +proj= om een nieuw coördinaten referentie systeem te maken.

Je kunt de gegeven CRS parameters testen om te zien of deze goede resultaten geeft. Om dit te doen, geef bekende coördinaten in WGS84 lat/long waarden in de velden Noord en Oost. Klik op [Bereken] en vergelijk de resultaten met de bekende waarden in jou coördinaten referentie systeem.

Standaard datumtransformaties

OTF is afhanbkelijk van het feit om in staat te zijn gegevens te transformeren naar een ‘standaard CRS’, en QGIS gebruikt WGS84. Voor enkele CRS-en zijn er een aantal transformaties beschikbaar. QGIS stelt u in staat de gebruikte transformatie te definiëren, anders gebruikt QGIS een standaard transformatie.

In de tab CRS onder Extra ‣ mActionOptions Opties kunt u:

  • QGIS instellen om u te vragen wanneer het een transformatie moet definiëren met behulp van radiobuttonon Vraag naar datumtransformatie als geen standaard is gedefinieerd

  • een lijst van gebruiksstandaarden voor transformaties te bewerken.

QGIS laten vragen welke transformatie te gebruiken door een dialoogvenster te laten openen met PROJ.4-tekst weergegeven die de bron- en doeltransformatie beschrijft. Verdere informatie kan worden gevonden door de muis boven een transformatie te houden. gebruikersstandaarden kunnen worden opgeslagen door te selecteren radiobuttonon Selectie onthouden.